background image

Gedachten bij het wakker worden

Hier is weer een nieuwe gedachte. Reacties blijven heel welkom! m.konning@gmail.com

Dankbaarheid
Ik heb een grote hekel aan dankbaar moeten zijn. Eigenlijk aan wat dan ook moeten zijn, maar dankbaar nog eens extra.  Dat komt omdat echte dankbaarheid voelen voor mij iets heel bijzonders en waardevols is. Het is een vorm van geluk, die verschillende andere vormen van geluk overstijgt. Het vervult, opent en verbindt me. Het maakt me klein en tegelijk groot, zacht en vredig en tegelijk heel levend en vitaal. 

Ik heb het dan niet in de eerste plaats over iemand dankbaar zijn. Ook dat kan heel mooi en waardevol zijn, als het maar niet gaat in de richting van je verplicht voelen, want dan wordt het een gif dat je klein maakt. Ik heb het bijvoorbeeld over dankbaarheid omdat je leeft, voor de schoonheid om je heen, de mensen waar je van houdt, de lente die weer komt, het eten op je bord. 

Hoewel dankbaarheid voor mij een geschenk is, hoeven we niet passief te wachten tot het weer komt, maar kunnen we het steeds weer uitnodigen. We kunnen het niet forceren, maar ons er simpelweg voor openen is vaak al genoeg. Zo vaak zijn er dingen waar we eigenlijk dankbaar voor zijn, als we er maar even de tijd voor nemen en ons realiseren dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Elke dag even stilstaan bij waar we blij mee zijn, niet omdat dat goed is, of als afweer tegen de moeilijkheden die er natuurlijk ook zijn, want dan werkt  het niet.

Maar als een cadeau voor onszelf.
Omdat het ons gelukkig maakt.

 

 

 

 

 

 

Mijn weg
Er zijn mensen, zoals de Dalai Lama, die geluk en vreugde nastreven door zich helemaal te richten op dienen en geven, en door elke gehechtheid af te zweren. Die mensen kunnen dat, en worden daarom heiligen genoemd, terecht. Zoals de meeste mensen hoor ik daar niet bij. Als ik dat al zou proberen dan zou het leeg en egoïstisch worden. Het zou me ongelukkig maken in plaats van gelukkig en anderen en de wereld ook eerder schaden dan dienen.
Mijn manier om gelukkig te worden is een andere. Mijn weg is er een van erkennen wat er is, er niet van weg te gaan, maar me er juist mee te verbinden, en het een plek te geven in het groter geheel van wat ik ben en wat het leven is. Ik merk steeds weer dat het zich zo kan ontwikkelen en dat ik op die manier vanzelf dienstbaar ga worden aan het geluk van zowel anderen als mezelf. Of het nu mijn egoïsme, mijn moed en wijsheid of mijn arrogantie is, het kan zijn waarde ontvouwen als het er helemaal mag zijn, en het erkent en opgenomen wordt. 
Dit is vaak ook geen makkelijke weg, want vele dingen wil ik in eerste instantie helemaal niet erkennen, laat staan me ermee verbinden. Maar deze weg geeft me heel veel. Het leven wordt steeds voller en ik kan me er steeds meer mee verbinden. En dat geldt ook voor mezelf.
Het is een andere weg dan die van de Dalai Lama. Ik denk dat je beide wegen heilig kunt noemen.

 

Die prachtige kleur

Ik werd getroffen door de prachtige kleur van een boom in het park. Dieprood, met een oranje gloed, betoverend.
Toen realiseerde ik me dat die kleur zo mooi was door de omgeving waar de boom in stond.  Als alles deze kleur zou hebben was het niet mooi meer, hoe prachtig de kleur ook was. De kleur werd mooi doordat er ook andere kleuren waren, doordat het een van de vele was, een onderdeel van alles wat ik zag. Door het groen en bruin eromheen, door het blauw en wit van de lucht werd deze boom zo mooi.

Ik vond het een heel mooie en troostrijke gedachte. Als we ons realiseren dat we mooi zijn doordat de omgeving ons mooi laat zijn, en dat andere mensen mooi zijn door ons, ook als we op dat moment zelf niet zo stralend zijn, dan valt er heel veel weg aan moeite, oordelen en andere ballast. Dan weten we dat we een waardevol en belangrijk onderdeel zijn, of we nou zelf in ons beste doen zijn of niet.

 

Gevangenis

Regelmatig verbaast het me weer hoe elk idee, hoe goed ook, een gevangenis kan worden.

Elk principe, alles waar we vast in geloven, kan een obstakel worden dat staat tussen ons en wie we kunnen zijn. Of het nu gezond eten en bewegen is, respect voor de natuur hebben, doen wat je beloofd hebt, je vrij willen voelen, doen wat je echt wilt, of welk mooi principe dan ook. Ik zie het bij mezelf en bij mensen om me heen: Hoe belangrijk het ook is om dit soort principes en overtuigingen te hebben, en hoe nodig we ze ook hebben, het gevaar dat ze een wet worden die boven alles en iedereen verheven is, ligt steeds op de loer.

Ik ervaar steeds weer hoe belangrijk het is om steeds de relativiteit te blijven zien van wat ik geloof. Te weten dat er altijd een geheel van factoren speelt, en dat (letterlijk) kost wat kost vasthouden aan die overtuiging mezelf en anderen schaadt.  Het kan altijd anders liggen in een specifiek geval. Er kunnen altijd omstandigheden of noden zijn die maken dat het nu niet dient. Of mensen waarvoor het niet opgaat.

Ik realiseer me dat ook dit principe gevaarlijk is. Het kan bijvoorbeeld zomaar maken dat we onze principes en overtuigingen aan de kant zetten als het even niet uitkomt. Om vervolgens in de gevangenis van ‘doen waar je zin in hebt’ terecht te komen en onszelf op die manier te kort te doen.

Boeiend, het leven!

 

 

Oordelen
‘Het is raar om voor zoiets bang te zijn.'
'Het slaat nergens op om daar zo boos over te zijn.’
‘Ik wil teveel, ik moet niet zoveel willen.’
‘Ik zou me niet zo moeten opwinden.’
‘Ik zou hier blij mee moeten zijn, van moeten genieten.’
‘Ik heb geen enkele reden om verdrietig te zijn.’
‘Ik moet wat moediger zijn.’
‘Hier zou je dankbaar voor moeten zijn.’

Helaas klinkt dit allemaal niet heel onbekend. Dit is wat we doen: we beoordelen onze gevoelens en verlangens. Sommige zijn aanvaardbaar en redelijk, andere niet. En we nemen alleen de eerste soort serieus.
Terwijl gevoelens en verlangens een wezenlijk deel uitmaken van wie we zijn. We doen onszelf geweld aan door deze te veroordelen en aan de kant te willen schuiven, wat gelukkig vaak ook niet lukt. Als onze gevoelens allemaal redelijk en aangenaam zouden zijn, zouden we beroofd zijn van onze rijkdom. We zouden zielloos worden.

Stel je eens voor dat  we enkel zouden oordelen over gedrag en volledig zouden stoppen met te oordelen over gevoelens van onszelf en anderen. Wat een ruimte, wat een vrijheid, wat een respect.
En vreemd genoeg zouden we minder door onze gevoelens overspoeld worden, en zou het ook makkelijker worden om echt verantwoordelijkheid te nemen voor ons gedrag, denk ik.

 

Deze willen zijn.
Een van mijn cursisten drukte het heel mooi uit: ‘deze’ willen zijn.
Het klinkt misschien niet zo, maar het is iets heel groots: de bereidheid om ‘deze’ te zijn, de  persoon die jou door een samenloop van vele omstandigheden is toegevallen. De persoon die jou gegeven is, zou je kunnen zeggen.
Hoewel we geen andere keus hebben dan juist te zijn wie we zijn, verandert de bereidheid om daar ja tegen te zeggen en verantwoordelijk voor te nemen alles. Het maakt het verschil tussen een taak hebben omdat je die nu eenmaal - misschien wel tegen wil en dank – hebt, en voor een taak kiezen. En daar voor willen gaan. Het is het verschil tussen een taak zo klein mogelijk maken, met zo weinig mogelijk moeite, en er met hart en ziel voor gaan.
De bereidheid om deze persoon zijn, met alles wat daar bij hoort: je talenten en je tekortkomingen en beperkingen, je worstelingen en je overwinningen, je nare trekjes en je grootsheid. Inclusief de taken en uitdagingen die daarmee op je pad komen, én de cadeaus die je zomaar krijgt. Eerlijk, zonder jezelf mooier te maken dan je bent, of kleiner…
Wat een geschenk als die bereidheid er is, al is het maar af en toe.

 

Veranderen
Een van de meest belangrijke dingen die ik geleerd heb is dat dingen pas kunnen veranderen als ze echt mogen zijn wat en hoe ze zijn.  Wat we allemaal het meest nodig hebben is ontmoet te worden precies zoals we zijn zonder dingen mooier te maken, te ontkennen of vergoelijken.  En als we helemaal mogen zijn wie we zijn en zoals we zijn, dan groeien we automatisch en in vrijheid, zoals een plant die water en licht krijgt. En alles wat niet er mag zijn heeft de neiging zich vast te zetten en onveranderlijk te worden. Ik heb dat zo vaak ervaren dat het een deel van me geworden is.
Tenminste: als het anderen betreft. Telkens weer veroordeel ik wat ik doe of niet doe en hoe ik het doe en zelfs hoe ik me voel en wat ik wil. Natuurlijk kan ik met bepaalde aspecten en gedragingen van mezelf ongelukkig zijn en kan ik ze willen veranderen, maar de mildheid en compassie die bij anderen zo vaak vanzelf aanwezig is als ik hun fouten of beperkingen zie, is naar mezelf nog steeds vaak ver te zoeken. Terwijl ik zo goed weet dat ik dat nodig heb om in vrijheid te groeien en te ontwikkelen. Als ik niet uitkijk is dat weer iets wat ik mezelf kwalijk neem.
Helemaal mogen zijn zoals ik ben, zonder dat het een manier wordt om geen verantwoordelijkheid voor mezelf te nemen, het blijft waarschijnlijk mijn hele leven een uitdaging.

 

Willen of zin hebben?

Het verschil tussen willen en zin hebben is al heel lang belangrijk voor me. 
Soms is het heel duidelijk: je hebt zin in een ijsje, maar je wilt gezond eten. Of je hebt nog geen zin om je bed uit te komen, maar je wilt echt niet te laat komen. Iets doen waar je geen zin in hebt is geen probleem, iets doen wat je niet wilt des te meer.
Willen is belangrijker, dat was duidelijk. Het gaat om wat je wilt en niet om waar je zin in hebt. Als willen niet de baas is over zin hebben word je een speelbal van toevallige impulsen. Willen kan je leiden, je brengen naar je doel.
Het lukte me vaak niet me eraan te houden, maar het principe was duidelijk.

Ik kijk daar nu heel anders naar. Ik ben geschrokken van het gebrek aan respect dat ik had, en misschien wel heb, voor waar ik zin in heb.
Alsof je steeds tegen een kind zegt dat het niet belangrijk is waar het zin in heeft, maar wat het effect is van wat het doet. Brrrr. Daar gaat het levensplezier. En de verbinding met jezelf. Misschien zelfs wel de verbinding met het leven.

Ik ben nu blij dat het me niet lukte me aan mijn principe te houden.
Ik wil veel vriendelijker omgaan met waar ik zin in heb. Niet vanuit toegeeflijkheid of slapheid maar vanuit respect, vanuit zien hoe belangrijk en waardevol het is.
Ik wil belangrijk gaan vinden waar ik zin in heb. Niet meer tegenover elkaar, maar samen, als in een dans.

 

Geluk

Een tijdje geleden sprak ik mijn nichtje, een prachtig, bruisend jong mens.
Ze vertelde me dat ze eigenlijk altijd gelukkig is. “Natuurlijk ben ik soms heel verdrietig” zei ze, “Of heel boos, of weet ik het allemaal ook niet meer. Maar ook dan ben ik wel gelukkig.” Ik was erg onder de indruk. Wat een gezonde, ruime manier om naar geluk te kijken! Verdriet en andere moeilijke gevoelens niet zien als het tegenovergestelde van geluk, maar als iets wat geluk niet in de weg staat.
Ik kan niet zoals zij zeggen dat ik altijd gelukkig ben. Maar ik denk wel dat het heel wijs is wat ze zegt. Misschien kun je zelfs zeggen dat verdriet en boosheid een vorm van geluk kunnen zijn, als je het helemaal kunt accepteren zoals het is. Ongeluk is misschien wel meer het niet kunnen zijn met wat er is, het afsnijden van het leven zoals het op een bepaald moment is, in je en om je heen. 
Wat een zegen als we daarmee zouden kunnen stoppen, en altijd gelukkig zouden kunnen zijn. Verdrietig of blij, worstelend, ontspannen, boos, vervuld, vechtend of  tevreden, en altijd gelukkig.

 

Schoonheid
Ik liep in ons natuurgebied dat op het moment prachtig gekleurd is. Het was ochtend, mistig en de zon was bezig door te komen. Het was sprookjesachtig mooi. De kleuren helder door de aarzelende zon, gedempt door de mist die alles omhulde. Ik voelde de schoonheid als iets tastbaars om me heen.
God mag weten waarom, maar het maakte dat ik ging zoeken naar dingen die lelijk waren. Die waren er. Een weggegooide plastic zak, een rottende bananenschil, een mollenlijkje vol insecten. Maar toen ik daar echt naar ging kijken werd ik geraakt door de schoonheid die ook daar in zat. De  vorm van de plastic zak zoals die daar lag, de zon die weerkaatste in de druppeltjes op het plastic, de manier waarop wat eronder lag erdoorheen scheen, de rijkdom in al het leven in het mollenlijkje dat bezig was met zijn eigen verteringsproces, enzovoorts. Het verdiepte de schoonheid die ik voelde in plaats van daar afbreuk aan te doen!
Toen ik weer naar huis liep zag ik schoonheid in alles wat ik tegenkwam, inclusief de geparkeerde auto’s en de lantaarnpalen. Ik zag de schoonheid van het leven zou je kunnen zeggen.
Het was voor mij een nieuwe en erg indrukwekkende beleving, die steeds als ik eraan terugdenk weer die ervaring van schoonheid oproept.

 

Het is me weer gebeurd!
Ik stond voor een moeilijke en ingrijpende keuze en kwam steeds vaster te zitten. Mijn hoofd maalde op volle toeren en ik ging me steeds ongelukkiger voelen. Wel doen of niet doen. Ik realiseerde me dat het belangrijkste wat me tegenhield mijn angst was. Mijn automatische, gebruikelijke reactie was dat ik het dan dus moest doen. Waarna het circus met nog grotere heftigheid verder ging. Dezelfde vragen: wil ik het echt, waarom dan, houd ik mezelf niet voor de gek?
Tot ik me afvroeg of mijn automatische reactie wel zo vanzelfsprekend is. Ben ik niet juist aan het leren dat alles wat er is aandacht nodig heeft? Dat dingen juist in beweging komen als alles er mag zijn, aangenaam of niet? Ik heb nu al zo vaak ervaren dat daar de bevrijding zit, en zelfs de volgende stap, en daar ga ik weer. ‘Het is alleen maar angst wat me tegenhoudt, dus dan moet ik het gewoon doen.’  Overwinnen die angst, weg ermee. Je er vooral niet door laten tegenhouden. Opeens voelde ik het geweld dat er in mijn houding zat, het geweld naar mezelf.
Ik begon de angst ruimte te geven, te onderzoeken en serieus te nemen. Ik ben niet voor niets bang. Wat beschermt mijn angst, wat is de wijsheid die er in zit? Ik besloot mijn angst als een goede raadgever te gaan zien. Niet dé raadgever, maar  één van al die goede.
Wat een ruimte gaf dat! Ik kon weer ontspannen, nadenken, afwegen en vooral: afwachten. Het kon weer bewegen en zijn weg vinden.
Ik heb mijn keuze gemaakt en ik ben er blij mee.

 

Over vallen en opstaan.

Er zijn verschillende manieren om met vallen en opstaan om te gaan. Vaak doen we er alles aan om niet te vallen en zoeken we steeds manieren om het te voorkomen. En als we vallen veroordelen we onszelf en schamen ons ervoor. Of we ontkennen het en zeggen dat wij het niet zijn, maar dat het de omgeving is die ons iets aan doet. Sommige mensen staan niet meer op om te vermijden dat ze weer vallen.

Er zijn ook mensen die steeds weer vallen en weer opstaan, weten en accepteren dat dat het menselijk leven is en dus niet zal veranderen. Dat het de manier is waarop we vrijer, sterker, gelukkiger en vriendelijker worden.

Mogelijk zijn er ook mensen die niet steeds vallen en opstaan. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat hun leven vlak moet zijn, en dat zij afgesneden zijn van hun levensstroom.

Ik probeer op de tweede manier te leven. Dat lukt me steeds beter.
Met vallen en opstaan.

 

Genieten….
We houden van “mooi weer”. Voor de meeste mensen is dat een zonnetje, niet te warm, maar lekker, aangenaam. Geen regen, gure wind, kou of extreme hitte. En als het mooi weer is dan hopen we dat het zo blijft, of gaan het gewoon vinden en zijn teleurgesteld als het verandert. We lijden onder kou, hitte,regen, hagel en wind.
Zouden we niet veel gelukkiger zijn als we in plaats van genieten van zonnig en zacht weer gaan genieten van de verandering, de beweging in het weer, telkens anders, met elk zijn eigen eigenaardigheden en kwaliteiten. De striemende, verfrissende regen, het indrukwekkende onweer, de krachtige, niets ontziende storm. De schoonheid en waarde zien van het geheel.  Als we onze focus zouden kunnen verleggen van ‘mooi’ weer willen naar gaan houden van de beweging van alle weerstypen, van dag en nacht, zomer en winter zouden we vast meer genieten. Waarschijnlijk gaan we zelfs meer genieten van ons voorkeursweer.

Zo kunnen leven, en dan niet alleen wat het weer betreft, maar op alle terreinen, zou dat levenskunst zijn?

 

Het bosje
Achter ons huis is een klein bosje, zo'n anderhalve hectare.
Enkele jaren geleden had onze hond serieuze problemen en kon hij niet aangelijnd worden. Hij had wel veel beweging nodig en de enige plaats waar hij dat kon krijgen was dit kleine bosje. Elke dag liep ik daar ongeveer twee uur rond. Ik dacht dat dat heel saai zou zijn en de eerste dagen was dat ook zo. Maar toen begon ik te ontdekken hoe verschillend het bosje elke keer was: het licht was steeds anders, de kleuren, de geluiden, de temperatuur, de geuren. Telkens had het bosje een andere sfeer. Soms heel rustig en vredig, soms donker en dreigend, vrolijk met zon die speelde tussen de takken,  mysterieus, of sprookjesachtig in de mist, of heel gewoontjes. Soms floten de vogels uitbundig, soms was het doodstil of was het vol kinderstemmen. Er was het geweld van de wind die de bomen liet kraken en de takken liet zwiepen. De regen die zachtjes neerviel of juist in striemen het bosje en alles daarin teisterde. Soms bewoog er  nauwelijks iets. Dan leek het of het bosje zijn adem inhield, of het voelde als diepe rust. En dat alles binnen één seizoen. Het was alsof ik elke keer weer een andere persoonlijkheid ontmoette. Niet allemaal even aangenaam, maar allemaal nieuw en levend. Deze rijkdom zou ik nooit gezien hebben als onze hond zijn problemen niet had gehad en ik dus niet tot deze 'saaiheid' veroordeeld zou zijn geweest.

 

Groeien
Als we kijken naar hoe een bloem of plant groeit en zich ontwikkelt, dan komen we toch niet op het idee om er aan te gaan trekken, het op te jagen of het te willen veranderen? We beseffen heel goed dat trekken aan een plant om hem te laten groeien het tegendeel bereikt. Dat wat we kunnen doen om het te laten groeien is zorgen dat de omstandigheden goed zijn: voeding, licht, bescherming, ruimte.
Waarom gaan we zo anders met onszelf en elkaar om? Waarom denken we dat we niet zullen groeien en ontwikkelen als we niet streng zijn, als we niet met de zweep van oordelen en eisen klaar staan? Hoe komen we erbij dat het leven zo in elkaar zit?